regelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van regel met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
regelen
regelde
geregeld
zwak -d volledig

Werkwoord

regelen

  1. zorgen dat een gewenste effect bereikt wordt
    Piet zal regelen dat de boot om 13.30 uur aankomt.
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen


Deens

Woordafbreking
  • re·ge·len

Zelfstandig naamwoord

regelen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van regel
Schrijfwijzen