omkopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ko·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omkopen
kocht om
omgekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

omkopen

  1. (overgankelijk) (iemand ~) met behulp van geschenken, geld e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
    De gokbazen kochten de doelman van de thuisploeg om.
Afgeleide begrippen
Vertalingen