installeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·stal·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • van Frans installer (met het achtervoegsel -eren), in de betekenis van ‘inrichten, bevestigen (in een ambt)’ voor het eerst aangetroffen in 1691 [1][2][3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
installeren
installeerde
geïnstalleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

installeren

  1. overgankelijk in een positie brengen waarin voortaan een bepaalde functie kan worden vervuld
  2. overgankelijk, (informatica) een computerprogramma op de computer zetten en voor gebruik gereedmaken
    • Hij wist niet hoe hij het nieuwe computerprogramma moest installeren. 
  3. overgankelijk, (techniek) plaatsen van toestellen, het daarop aansluiten van geleidingen zodat een praktisch bruikbare inrichting wordt verkregen
    • De installateur is bezig met het installeren van de verwarmingsinstallatie. 
  4. zich gereed maken om ergens te verblijven
     Hoewel ik er vaak was geweest en de klinkende namen van Titiaan en Tintoretto achteloos door soireetjes had laten rollen, hoewel ik geroutineerd in mijn krant bleef lezen terwijl de vuurrode hogesnelheidstrein mij over de landverbinding van Mestre naar de oude stad bracht en veelbetekenend begon af te remmen, en hoewel ik mij had voorgenomen om mijn entree in de stad met een praktische instelling te benaderen en enige eventuele beroering van het gemoed uit te stellen totdat ik goed en wel was geïnstalleerd, moest ik even naar adem happen toen ik het station uit liep en het breekbare, pastelkleurige cliché van de stad aan het groene water zich onbekommerd en schijnbaar onschuldig voor mij ontvouwde.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]
De schrijfwijze "instaleren" werd in dit onderzoek door 56 % van de Nederlanders en 61 % van de Vlamingen herkend, hoewel dit nooit een officiële spelling is geweest.

Meer informatie

Verwijzingen