nadar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Op de voorgrond een drietal nadars.
Uitspraak
Woordafbreking
  • na·dar
Woordherkomst en -opbouw
  • genoemd naar de fotograaf Nadar op Wikipedia (nl): die steeg 26 september 1864 met een grote luchtballon in Brussel op, waarbij de straten werden afgezet met speciaal voor die gebeurtenis gemaakte dranghekken; deze kregen in het Frans de naam barrières Nadar
enkelvoud meervoud
naamwoord nadar nadars
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nadar m

  1. hek dat aan soortgelijke hekken kan worden vastgemaakt en zo een verplaatsbare stevige afscheiding vormt om publiek op een veilige afstand te houden
    • De coureurs zoefden voorbij het café. (…) Gust klapte enthousiast aan de nadar en de vrouw zwaaide met haar hond boven de mensen. [1]
Synoniemen

Gangbaarheid

10 % van de Nederlanders
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Portugees

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nadar
nadava
nadado
volledig

Werkwoord

nadar

  1. zwemmen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·dar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nadar
nadaba
nadado
volledig

Werkwoord

nadar

  1. onovergankelijk zwemmen, drijven
  2. bovendrijven
  3. baden
  4. zwemmen in (fig. in een ruim kledingstuk)
Verwante begrippen