Naar inhoud springen

dreef

Uit WikiWoordenboek
  • dreef
  • In de betekenis van ‘brede landweg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dreef dreven
verkleinwoord dreefje dreefjes

dedreefv/m

  1. een weg waarlangs men vroeger een kudde vee van het dorp naar het open veld dreef
     Eene dreef, welke zij beiden beweerden naar goeddunken te mogen berijden[2]
vervoeging van
drijven

dreef

  1. enkelvoud verleden tijd van drijven
    • Ik dreef. 
    • Jij dreef. 
    • Hij, zij, het dreef. 
     Ook ik dreef langzaam weg.[3]
     Aanvankelijk dacht ze dat de miniatuurmaakster de spot met haar dreef - een wieg voor een echtgenote wier huwelijk een schijnvertoning was - maar nu is de visie van de vrouw onderdeel van het echte leven geworden.[4]
  • op dreef zijn
(al te) enthousiast bezig zijn
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. "dreef" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 november 2025 Weblink bron “Woordenboek der Nederlandsche Taal” (1864), Instituut voor de Nederlandse Taal
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be