dreef

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dreef
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘brede landweg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]

Werkwoord

vervoeging van
drijven

dreef

  1. enkelvoud verleden tijd van drijven
    • Ik dreef. 
    • Jij dreef. 
    • Hij, zij, het dreef. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • op dreef zijn
(al te) enthousiast bezig zijn

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen