overdrijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·drij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overdrijven
ovərˈdrɛːvə(n)
overdreef
ovərˈdreːf
overdreven
ovərˈdreːvə(n)
klasse 1 volledig [A]

Werkwoord

[A] overdríjven

  1. overgankelijk de feiten groter, kleiner, mooier of slechter voorstellen dan ze zijn.
    • De actievoerder overdrijft nogal over het aantal aanwezige betogers. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overdrijven
ˈovərdrɛːvə(n)
dreef over
dreːf ˈovər
overgedreven
ˈovərɣədreːvə(n)
klasse 1 volledig [B]

Werkwoord

[B] óverdrijven

  1. ergatief tot het verleden gaan behoren.
    • Alle verdriet drijft na een zekere tijd over. 
  2. ergatief naar de overkant drijven.
    • Je rubberbootje drijft over als je het niet snel gaat halen. 
Synoniemen
  1. passeren, overgaan, voorbijgaan, weggaan
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.