drijfriem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

drijfriem aandrijving in een textiel fabriek
Uitspraak
Woordafbreking
  • drijf·riem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drijfriem drijfriemen
verkleinwoord drijfriempje drijfriempjes

Zelfstandig naamwoord

drijfriem m [1]

  1. cirkelvormige strook van sterk maar soepel materiaal die de beweging van een motor overbrengt op een aan te drijven machine
    • Hij sluit zich op in het schuurtje, bij zijn gereedschap en werkbank. Komt alleen even tevoorschijn om te eten en te drinken. Wekenlang klinken daar gehamer, gesmeed en gezaag. Dan is het werk voltooid. Hij zeult een geweldige machine de huiskamer binnen, een machine zoals we ons een machine voorstellen, met wielen, drijfriemen, drijfstangen. [2] 
    • Als kind ging ik mee naar de fabriek, dat was toentertijd al een museum, was van voor de Tweede Wereldoorlog. Levensgevaarlijk, alles met drijfriemen. Een soort inferno, alles zwart, alles met kolen gestookt, een grote motor. Eerst een stoommachine, later een houtgestookte zuigasmotor. Dat kochten ze op, wat ergens afgedankt was. [3] 
  2. (figuurlijk) verbinding tussen bestuurders en uitvoerders
    • De drijfriem tussen partij en massa, dat was de functie van vakbonden in de Sovjet-Unie. Bonden waren een filiaal van de enige werkgever: de staat, en dienden vooral rust, orde en arbeidsdiscipline te handhaven. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC S. Montag 9 augustus 2003 Het treurig te laat
  3. NRC J. Scholten 10 september 2005 Brieven van een landverhuizer: `uit het niets is alles ontstaan'
  4. NRC C. van Zwol 1 november 2003 Rusland