dwingen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwin·gen
Vaste voorzetsels
  • dwingen tot
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dwingen
dwong
gedwongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

dwingen

  1. overgankelijk iemand tegen zijn wil iets opleggen
    • Hij werd gedwongen om zijn huis te verlaten. 
    • Ik dwong mijn dochter om thuis te blijven. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.