dwingen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwin·gen
Vaste voorzetsels
  • dwingen tot
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dwingen
dwong
gedwongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

dwingen

  1. (overgankelijk) iemand tegen zijn wil iets opleggen
    Hij werd gedwongen om zijn huis te verlaten.
    Ik dwong mijn dochter om thuis te blijven.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen