aanslag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanslag aanslagen
verkleinwoord aanslagje aanslagjes

Zelfstandig naamwoord

aanslag m

  1. het aanslaan van iets
  2. (muziek) wijze van aanslaan van toetsen
    • Het meisje had een mooie aanslag op de piano. 
  3. (juridisch), (financieel) vordering van de belastingdienst
    • De aanslag werd in Nederland verzonden in de beruchte blauwe envelop. 
  4. terroristische aanval
    • De aanslag op de twin towers is de bekendste terroristische aanslag. 
  5. korst afgezet vuil
    • In het huis van de alcoholist waren alle wastafels bedekt met een vieze aanslag. 
  6. (techniek) een voorziening op een rail of as die de bewegingsruimte van een of ander mobiel onderdeel beperkt
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • (militair) in de aanslag brengen: tegen de wang leggen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl