doorslaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·slaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorslaan
/ˈdoːrslan/
sloeg door
/ˌsluxˈdoːr/
doorgeslagen
/ˈdoːrɣəˌslaɣə(n)/
klasse 6 volledig

Werkwoord

doorslaan

  1. (elektriciteit, van een stop) stukgaan zodat de verbinding doorbroken wordt
    • De stoppen waren doorgeslagen omdat de bliksem was ingeslagen. 
  2. alles bekennen tijdens een verhoor
    • De verdachte wilde maar niet doorslaan. 
  3. zonder enige remming, wild worden, gek worden
    • De doorgeslagen koe rende zo de sloot in. 
  4. te ver gaan met iets zodat het niet meer goed is
    • Het dikke meisje sloeg door met afvallen en heeft nu anorexia nervosa. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de stoppen slaan bij iemand door
helemaal wild worden, driftig worden
  • de balans slaat door
in een overweging wordt duidelijk welke van de twee mogelijkheden gaat overheersen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.