afzetting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zet·ting
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van afzetten en met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord afzetting afzettingen
verkleinwoord afzettinkje afzettinkjes

Zelfstandig naamwoord

afzetting v

  1. iets waarmee je mensen kunt tegen houden zoals bijvoorbeeld een hek of een link
    • De politie had rond de plaats van de misdaad een afzetting geplaatst. 
  2. (medisch) amputatie van een lichaamsdeel
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie