afzetting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zet·ting
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van afzetten en met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord afzetting afzettingen
verkleinwoord afzettinkje afzettinkjes

Zelfstandig naamwoord

afzetting v

  1. iets waarmee je mensen kunt tegen houden zoals bijvoorbeeld een hek of een link
    De politie had rond de plaats van de misdaad een afzetting geplaatst.
  2. (medisch) amputatie van een lichaamsdeel
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie