hinderlaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hin·der·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hinderlaag hinderlagen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hinderlaag v / m

  1. verdekte opstelling vanwaaruit, vooropgezet plan waarmee men iemand onverhoeds wil overvallen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen