beslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beslaan
besloeg
beslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

beslaan

  1. (overgankelijk) een bepaald gebied betreffen
    Zijn rayon beslaat geheel Zuid-Holland, Zeeland en een stuk van Brabant.
  2. (overgankelijk) een paard van een hoefijzer voorzien
    Het paard werd meteen beslagen.
  3. (ergatief) door condensatie dof of ondoorzichtig worden
    Bij het betreden van het binnenbad besloegen de glazen van zijn bril.
Uitdrukkingen en gezegden

Zij kwamen beslagen ten ijs.

  • Zij waren goed voorbereid.
Vertalingen