stuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stuit stuiten
verkleinwoord stuitje stuitjes

Zelfstandig naamwoord

stuit v

  1. (anatomie) onderste gedeelte van de rug ter hoogte van het stuitbeen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stuiten

stuit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stuiten
  2. gebiedende wijs van stuiten
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl