vordering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vor·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vordering vorderingen
verkleinwoord vorderingetje vorderingetjes

Zelfstandig naamwoord

vordering v

  1. een voortgang, vooruitgang, progressie
     Ik leunde tegen de rotswand en volgde gespannen zijn vorderingen.[1]
  2. het opeisen van goederen of middelen
  3. eis
     Het inspectierapport, dat onder meer concludeert dat er sprake is van financieel wanbeheer op de school, vormt de belangrijkste onderbouwing voor Slobs vordering dat het bestuur moet opstappen.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be