Naar inhoud springen

kerkklok

Uit WikiWoordenboek
  • kerk·klok
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkklok kerkklokken
verkleinwoord kerkklokje kerkklokjes

dekerkklokv/m

  1. (religie) een bel in de toren van een kerk
    • Je kan de kerkklok zelfs hier helemaal horen. 
     Op zondagochtend fietste ik richting onbekende kerkklokken om te zien of de gemeente en de sfeer daar iets voor mij was.[1]
  2. uurwerk op een klokkentoren
     Door de ramen van de gang kan ik juist op de kerkklok kijken, en tot m'n grote verlichting zie ik dat 't nog maar vijf minuten voor drie meer is.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron (24-07-1937), De Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be