't

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ik
'k
mij
me
wij
we
ons
2e persoon
(informeel)
jij
je
jou
je
jullie jullie
2e persoon
(formeel)
u u u u
2e persoon
(regionaal)
gij
ge
u gij
ge
u
3e persoon
(mannelijk)
hij
ie
hem
'm
zij
ze
(dat.) hun
(acc.) hen
ze
3e persoon
(vrouwelijk)
zij
ze
haar
'r, d'r
3e persoon
(onzijdig)
het
't
het
't

Persoonlijk voornaamwoord

't

  1. clitische vorm van het onzijdig: het

Onbepaald voornaamwoord

't

  1. clitische vorm: het

Lidwoord

't

  1. clitische vorm van het onzijdig bepaald lidwoord: het


Catalaans

Persoonlijk voornaamwoord

't

  1. Vorm van -te, gebruikt als het voorgaande woord eindigt met een klinker.