čistý

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Slowaaks

Uitspraak
  • IPA: /tʃɪstiː/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Protoslavische *čistъ.

Bijvoeglijk naamwoord

čistý

  1. schoon, puur, zuiver
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • či·s·tý
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Protoslavische *čistъ.

Bijvoeglijk naamwoord

čistý

  1. schoon; niet vies.
    «čisté prádlo»
    de schone was.
  2. zuiver, puur; zonder toevoegingen.
    «Socha byla vyrobena z čistého zlata»
    Het standbeeld is van puur goud gemaakt
  3. zuiver; met betrekking tot het geweten en moraal.
    «čisté srdce»
    zuiver hart
  4. puur; ontdaan van storende / verhullende invloeden.
    «čistý zisk»
    pure winst
  5. puur; zonder gegronde redenen.
    «čistá spekulace»
    pure speculatie
  6. (muziek) zuiver; met betrekking tot een gestemde of gezongen toon.
  7. (muziek) rein; de basisvariant van enkele intervallen.
    «čistá kvarta»
    de reine kwart
  8. uitstekend, goed
  9. (wetenschap) puur
Verbuiging


Vervoeging
Synoniemen
  1. neušpiněný, nezamazaný, vyčištěný
  2. bezchybný, čirý, nesmíšený, pouhý, ryzí
  3. čestný, mravný, nezkažený, poctivý, upřímný
  4. netto
  5. holý, pouhý
  6. přesný
  7. dobrý
  8. -
Antoniemen
  1. špinavý, zamazaný, znečištěný
  2. smíšený, zředěný
  3. falešný, nečistý, nemravný, nepoctivý
  4. brutto, hrubý
  5. falešný
  6. malý, velký, zmenšený, zvětšený
  7. mizerný, odbytý, špatný
  8. aplikovaný
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Verwijzingen