zuiver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·ver
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zuiver zuiverder zuiverst
verbogen zuivere zuiverdere zuiverste

Bijvoeglijk naamwoord

zuiver

  1. onbezoedeld, zonder verontreiniging
    Dit is het zuiverste water dat de natuur ons te bieden heeft.
  2. (muziek) precies de juiste toonhoogte
    Het was een zuiver instrument.
  • [1]: dat is geen zuivere koffie
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zuiveren

zuiver

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuiveren
    Ik zuiver.
  2. gebiedende wijs van zuiveren
    Zuiver!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuiveren
    Zuiver je?