onbezield

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·zield
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbezield onbezielder onbezieldst
verbogen onbezielde onbezieldere onbezieldste
partitief onbezields onbezielders -

Bijvoeglijk naamwoord

onbezield

  1. zonder geest, dof, levenloos
    • Hij speelde een onbezieldde uitvoering van het pianoconcert. 
  2. zelfstandige naamwoorden worden in sommige talen onderscheiden in bezielde en onbezielde zelfstandige naamwoorden
    • 'man', 'vrouw' en paard' zijn bezielde zelfstandige naamwoorden. 'Hout' en 'tafel' zijn onbezielde zelfstandige naamwoorden. 
Antoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.