netto

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • net·to
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

netto

  1. (van gewicht) zonder de verpakking
    Na uitpakken bleef er een boekje over dat netto nog geen halve ons woog.
  2. na aftrek van kosten en belastingen
    Hij verdient netto zo'n vijftigduizend euro per jaar.
Synoniemen
Antoniemen
Overerving en ontlening


Italiaans

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

netto m

  1. helder, schoon
  2. netto