stad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stad
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Middelnederlandse stat.
enkelvoud meervoud
naamwoord stad steden
verkleinwoord stadje stadjes

Zelfstandig naamwoord

stad v/m

  1. plaats waar zeer veel mensen wonen en een groot aantal voorzieningen zijn
  2. (historisch) plaats met stadsrecht.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Boven de stad.

Vertalingen

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

stad v

  1. stad
Verbuiging



West-Vlaams

Zelfstandig naamwoord

stad

  1. stad


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

stad g

  1. stad
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stad     staden     städer     städerna  
genitief   stads     stadens     städers     städernas