commune

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mu·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord commune communes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

commune v

  1. woongemeenschap en leefgemeenschap
    in de zestiger jaren werd menige commune opgericht
  2. groep mensen die gezamenlijk de productiemiddelen bezitten en als eenheid bestuurd worden
    de kibboets was een vorm van een commune
    commune bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Bijvoeglijk naamwoord

commune

  1. verbogen vorm van de stellende trap van commuun

Meer informatie