commune
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·mu·ne
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Franse commune of Latijnse comunis (gemeenschappelijk) (met het voorvoegsel com-) [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | commune | communes |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
commune v
- woongemeenschap en leefgemeenschap
- in de zestiger jaren werd menige commune opgericht
- groep mensen die gezamenlijk de productiemiddelen bezitten en als eenheid bestuurd worden
- de kibboets was een vorm van een commune
- commune bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen
Verwijzingen
Bijvoeglijk naamwoord
commune
- verbogen vorm van de stellende trap van commuun
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.