gemeente

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·meen·te
enkelvoud meervoud
naamwoord gemeente gemeentes
gemeenten
verkleinwoord gemeentetje gemeentetjes

Zelfstandig naamwoord

gemeente v

  1. bestuurlijke eenheid in een staat, onder bestuur van een raad, een burgemeester en wethouders of schepenen.
    In zijn eigen gemeente is de burgemeester uitzonderlijk populair.
  2. de gezamenlijke gelovigen van een bepaald kerkgenootschap of in een bepaalde kerk bijeen.
    De pastoor deed zijn uiterste best om aan de behoeften van zijn gemeente te voldoen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen