zwaard
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwaard
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwaard | zwaarden |
| verkleinwoord | zwaardje | zwaardjes |
Zelfstandig naamwoord
zwaard o
- een lang, scherp voorwerp, vaak van ijzer gemaakt, dat werd gebruikt als wapen; tegenwoordig heeft het eerder een symbolische waarde
- (heraldiek) afbeelding van een zwaard op een blazoen
- (scheepvaart) plaat midden in een schip (midzwaard) of aan weerszijden van een schip (zijzwaard) met als doel het verlijeren tegen te gaan
Verwante begrippen
- midzwaard, zijzwaard, steekzwaard, zwaardkast,
- zwaarddans, zwaardvechter
- schede
- zwaardvis, zwaardwalvis
Spreekwoorden
- een tweesnijdend zwaard
- de zwaard met twee scherpe kanten, (fig.) de uitgevoerde actie heeft twee kanten, meerdere gevolgen
- het zwaard trekken
- de zwaard uit de schede halen, (fig.) de strijd starten
- naar het zwaard grijpen
- ten strijde trekken
- tot het zwaard veroordeeld worden
- veroordeeld worden tot onthoofding met een zwaard
- het zwaard van Damocles
- een dreigend gevaar dat voortdurend boven het hoofd blijft hangen
- het zwaard der gerechtigheid
- de wraak ten uitvoer gebracht
- het zwaard aangorden
- gaan vechten, een gewapende oplossing kiezen
- zich op zijn zwaard storten
- zelfmoord plegen middels een zwaard
- iets te vuur en te zwaard verwoesten
- grote verwoesting zaaien door branden en moorden
- iets te vuur en te zwaard bestrijden
- (figuurlijk) zeer actief bestrijden
- de pen is machtiger dan het zwaard
- met woorden kun je meer bereiken dan met vechten
- wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard vergaan
- <bijbel> wie agressie zaait zal agressie oogsten
Vertalingen
1. een lang, scherp wapen