zwaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwaard
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwaard zwaarden
verkleinwoord zwaardje zwaardjes

Zelfstandig naamwoord

zwaard o

  1. een lang, scherp voorwerp, vaak van ijzer gemaakt, dat werd gebruikt als wapen; tegenwoordig heeft het eerder een symbolische waarde
  2. (heraldiek) afbeelding van een zwaard op een blazoen
  3. (scheepvaart) plaat midden in een schip (midzwaard) of aan weerszijden van een schip (zijzwaard) met als doel het verlijeren tegen te gaan
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • een tweesnijdend zwaard
  • de zwaard met twee scherpe kanten, (fig.) de uitgevoerde actie heeft twee kanten, meerdere gevolgen
  • het zwaard trekken
  • de zwaard uit de schede halen, (fig.) de strijd starten
  • naar het zwaard grijpen
  • ten strijde trekken
  • tot het zwaard veroordeeld worden
  • veroordeeld worden tot onthoofding met een zwaard
  • het zwaard van Damocles
  • een dreigend gevaar dat voortdurend boven het hoofd blijft hangen
  • het zwaard der gerechtigheid
  • de wraak ten uitvoer gebracht
  • het zwaard aangorden
  • gaan vechten, een gewapende oplossing kiezen
  • zich op zijn zwaard storten
  • zelfmoord plegen middels een zwaard
  • iets te vuur en te zwaard verwoesten
  • grote verwoesting zaaien door branden en moorden
  • iets te vuur en te zwaard bestrijden
  • (figuurlijk) zeer actief bestrijden
  • de pen is machtiger dan het zwaard
  • met woorden kun je meer bereiken dan met vechten
  • wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard vergaan
  • <bijbel> wie agressie zaait zal agressie oogsten
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl