lijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lijk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijk | lijken |
| verkleinwoord | lijkje | lijkjes |
Zelfstandig naamwoord
lijk o
- een dood lichaam
- Een lijk noemt men ook wel "een stoffelijk overschot".
- (scheepvaart) tegenwoordig, een zijde van een zeil, vroeger de omzoomde zeilrand waarin een touw was ingenaaid
- Het voorlijk van de fok wordt met leuvers aan de voorstag bevestigd.
Afgeleide begrippen
- [1] lijkbleek
- [2] achterlijk, bovenlijk, lijkentouw, onderlijk, voorlijk
Verwante begrippen
Vertalingen
1. dood lichaam
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| lijken |
lijk