lading
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- la·ding
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van laden met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lading | ladingen |
| verkleinwoord | ladinkje | ladinkjes |
Zelfstandig naamwoord
lading v
- (transport) goederen die vervoerd worden
- Dat schip vervoert een lading staal.
- een grote hoeveelheid
- In de sneeuwstorm viel er een lading sneeuw.
- (natuurkunde) opeengehoopte elektriciteit
- Door wrijving ontstaat ionisatie en hoopt zich lading op.
- Na drie uur laden met een laadstroom van 10 A heeft de accu een lading van 30 Ah opgenomen.
- (taalkunde) de bijbetekenis die door een bepaald woord of een bepaalde zinsnede opgeroepen wordt
- Het woord heks draagt een negatieve lading.
- de explosieve inhoud van granaten en mijnen, of de munitie van vuurwapens
- De lading bestaat nu alleen nog maar uit conventionele granaten.
Synoniemen
- [1] transportlading, last [2], vracht
- [2] berg [2], hoop [2]
- [3] Q
- [4]associatie, bijklank, connotatie
Hyponiemen
- [1] scheepslading, cargo
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [3] capaciteit, Ah, ampère-uur, spanning
Uitdrukkingen en gezegden
- een vlag die de lading niet dekt.
een bewering of benaming die niet in overeenkomst met de realiteit is
Vertalingen
1. goederen die vervoerd worden
4. de bijbetekenis die door een bepaalde zinsnede opgeroepen wordt
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.