vijl
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vijl
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vijl | vijlen |
| verkleinwoord | vijltje | vijltjes |
Zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een werktuig met een ruw, gegroefd of gekerfd oppervlak dat het mogelijk maakt dunne lagen van een voorwerp te verwijderen
- Je kunt dit gemakkelijk met een vijl passend maken.
Gelijkklinkende woorden
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een werktuig met een ruw, gegroefd of gekerfd oppervlak dat het mogelijk maakt dunne lagen van een voorwerp te verwijderen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | vijl |
| verbogen | vijle |
Bijvoeglijk naamwoord
vijl
- (verouderd) gemeen, boosaardig
- Met al zijn vijle trawanten sloeg hij genadeloos toe.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vijlen |
vijl
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijlen
- Ik vijl.
- gebiedende wijs van vijlen
- Vijl!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijlen
- Vijl je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.