mit

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Duits

Voorzetsel

mit (+ datief)

  1. met
    «Ich fahre mit dem Auto.»
    Ik rij met de auto.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /mɪt/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Oudlimburgse mid.
enkelvoud meervoud
bepaald geheel mitte mitter
gemut. - -
onbepaald geheel mit mit
gemut. - -

Voorzetsel

mit (+ datief)

  1. met
  2. per
  3. door middel van


Oudnederlands

Voorzetsel

mit

  1. met
    «He was mit mi.»
    Hij was met mij.
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/mit"
Persoonlijke instellingen