Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Vietnamees

Werkwoord

  1. (rechtmatig of wederrechtelijk) bezitten, hebben
  2. hebben: als onderdeel hebben, omvatten, bevatten: xe ô-tô có bốn bánheen auto heeft vier wielen
  3. de ouder zijn van: anh ấy có ba conhij heeft drie kinderen
  4. zich bevinden, zijn
  5. đây cóer is, er zijn
  6. zijn (voor een adjectief, meestal in vragende zin)

Tussenwerpsel

ja: affirmatief antwoord op een vraag gesteld met
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen