en

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Voegwoord

en

  1. wordt gebruikt om zinsdelen of begrippen aan elkaar toe te voegen.
    Ik vind dit en dat.
  2. wordt gebruikt tussen de laatste woorden van een opsomming.
    Fietsen, brommers en motoren zijn verboden.
  3. wordt gebruikt als synoniem voor de wiskundige bewerking plus.
    Één en één is twee.
  4. (in de logica) als verkorte aanduiding voor een conjunctie.
    A en B en C.

Synoniemen

Vertalingen

Verwante begrippen


Frans

Uitspraak

Voorzetsel

en

  1. in
    «Croire en Dieu.»
    In God geloven.
    «Mise en œuvre.»
    In het werk stellen.
    «Bon en mathématiques.»
    Goed in wiskunde.
  2. met een gemechaniseerd vervoermiddel
    «Je suis allé en Corse en avion, mais je suis revenu en bateau.»
    Ik ben met het vliegtuig naar Corsica gegaan, maar met de boot teruggekomen.
  3. Voor een gérondif.
    «En forgeant. Lambert hochait la tête en souriant (BEAUVOIR, Mandarins).»
    Lambert knikte al glimlachend bij het smeden.
  4. Vervangt à of au in bepaalde gevallen.
    «En Europe, on essaie d’être pragmatique.»
    In Europa trachten we pragmatisch te zijn.
    «En France - mais au Québec.»
    In Frankrijk - maar in Québec.

Bijwoord

en

  1. vandaan
    «La piscine ? J’en viens !»
    Het zwembad? Daar kom ik net vandaan!

Persoonlijk voornaamwoord

en

  1. ervan, erover
    «J’en ai marre.»
    Ik heb er schoon genoeg van.
    «J’en ai été informé.»
    Ik ben ervan op de hoogte gesteld.


Zweeds

Telwoord (swe)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Uitspraak

Hoofdtelwoord

en

  1. één

Synoniemen

Lidwoord

en

  1. een

Synoniemen
  • ett (voor onzijdige woorden)
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/en"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen