wel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wel
Bijwoord
wel
- een ontkenning ontkennend
- Ik denk dat hij het wèl gedaan heeft.
- een ontkenning bevestigend (met nauwelijks)
- Ik heb veel haar op mijn benen en armen, wel nauwelijks zichtbaar omdat ik heel licht ben.
- een toegeving makend
- Hij is wel aanwezig, maar hij let niet op.
- benadrukkend, verbazing uitdrukkend
- Hij heeft wel zes pannenkoeken naar binnen zitten werken.
- bevestiging zoekend
- Heb je het licht wel uitgedaan?
Uitdrukkingen en gezegden
- wel degelijk
Vertalingen
4. benadrukkend, verbazing uitdrukkend
Tussenwerpsel
wel
- uitdrukking van verbazing
- Wel, wel, wie hebben we daar!
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wel | wellen |
| verkleinwoord | welletje | welletjes |
Zelfstandig naamwoord
- een plaats waar water uit de grond tevoorschijn komt
- Er zit een wel onder onze kelder en dat water moet afgepompt.
Synoniemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| wellen |
wel