hof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hof hoven
verkleinwoord hofje hofjes

Zelfstandig naamwoord

hof

  1. o: de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie
  2. o: (juridisch) een instelling waar recht gesproken wordt
  3. m: een stuk bebouwd land of tuin
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief hof hove
genitief hoves hove
datief hove hoven
accusatief hof hove

Zelfstandig naamwoord

hof o

  1. hof