hofje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Groninger Pelstergasthuis, een hofje.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hof·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkleinwoord van hof.
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord hofje hofjes

Zelfstandig naamwoord

hofje o dim. tant.

  1. een deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkje
    Het stichten van hofjes was in vroeger eeuwen deel van de armenzorg.
  2. een omheinde ruimte bedoeld om in te tuinieren
Hyponiemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Zelfstandig naamwoord

hofje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hof