hofje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- verkleinwoord van hof
Zelfstandig naamwoord
hofje o
- dim. tant.
- een deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkje.
- Het stichten van hofjes was in vroeger eeuwen deel van de armenzorg.
- een omheinde ruimte bedoeld om in te tuinieren.
Vertalingen
1.