hofje

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • verkleinwoord van hof

Zelfstandig naamwoord

hofje o

  1. dim. tant.
  2. een deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkje.
    Het stichten van hofjes was in vroeger eeuwen deel van de armenzorg.
  3. een omheinde ruimte bedoeld om in te tuinieren.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen