tuinieren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tui·nie·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tuinieren |
tuinierde |
getuinierd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
tuinieren
- (tuinieren) het onderhouden en werken in de tuin.
- Wie van planten houdt wordt aanbevolen te gaan tuinieren.