hoveling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ho·ve·ling
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoveling | hovelingen |
| verkleinwoord | hovelingetje | hovelingetjes |
Zelfstandig naamwoord
hoveling m
- een onderdaan die tot het dagelijkse gezelschap van een vorst behoort
- Vroeger had bijna iedere vorst een hoveling.