hoveling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·ve·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hof met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord hoveling hovelingen
verkleinwoord hovelingetje hovelingetjes

Zelfstandig naamwoord

hoveling m

  1. een onderdaan die tot het dagelijkse gezelschap van een vorst behoort
    Vroeger had bijna iedere vorst een hoveling.
Synoniemen
Vertalingen