adel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adel
enkelvoud meervoud
naamwoord adel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

adel m

  1. (adel) bevoorrechte groep personen aan wie een meest erfelijke titel verleend was en aan wie voorheen een bepaald gebiedsdeel in eigendom gegeven was
    in die tijd beschouwden velen de adel als een verzameling parasieten
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
adelen

adel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adelen
    Ik adel.
  2. gebiedende wijs van adelen
    Adel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adelen
    Adel je?