patio

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·tio
enkelvoud meervoud
naamwoord patio patio's
verkleinwoord patiootje patiootjes

Zelfstandig naamwoord

patio m

  1. een al dan niet omheinde binnenplaats bij een huis of ander pand
    De patio is de speelplek waar je lekker buiten kan spelen, als het van de dokter mag.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. elisabeth.nl


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·tio
enkelvoud meervoud
patio patios

Zelfstandig naamwoord

patio m

  1. patio
Synoniemen
Verwijzingen