tuin m
- (landbouw) (tuinieren) een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden
- Zijn al die bloemen voor je tuin bedoeld?
- (verouderd) oorspronkelijk een tenen onheining rond een hof
- Een tuin is gemaekt van staken van wilgen hout in den grond gestoken, en met dunner takken van het zelve hout dicht doorvlochten.[1]
1. een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden
- ↑ blz 74. Nederduitsche spraekkunst, ten dienste van in- en uitheemschen, uit verscheidene schryveren en aentekeningen, opgemaekt en uitgegeeven
Arnold Moonen
Uitgeverij: Pieter Meyer, 1751