toen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Voegwoord

toen

  1. op het tijdstip dat.
    Hij ging naar huis toen het vijf uur was.
Vertalingen

Bijwoord

toen

  1. op of na dat tijdstip.
    Hij is toen naar huis gegaan.
  2. in een vervlogen tijd.
    Toen was dat nog heel gewoon.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen