versieren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·sie·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| versieren |
versierde |
versierd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
versieren
- (overgankelijk) iets meer aantrekkelijk of mooier maken
- Zij versieren de huiskamer voor de verjaardag van hun zoontje.
- (overgankelijk) langs (veelal officieuze) weg regelen
- Hij wist nog mooie plekken voor het concert te versieren.
- (overgankelijk) verleiden
- Hij probeerde een collega te versieren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iets meer aantrekkelijk of mooier maken