gaan

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gaan
ging
gegaan
klasse 7 volledig


Lettergrepen
  • gaan

Werkwoord

gaan;

  1. zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af.
    hij ging naar Amerika

Afgeleide begrippen

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen