zullen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zul·len
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zullen |
zou zouden |
(zullen) |
| onregelmatig | volledig | |
Werkwoord
zullen
- (hulpwerkwoord): hulpwerkwoord van de toekomende tijd
- Ik loop - ik zal lopen.
- (modaal werkwoord): moeten
- Gij zult het olieveld van uw naaste niet begeren.