binnengaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·gaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnengaan
ging binnen
binnengegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

binnengaan

  1. (ergatief) ergens in gaan
    Zij waren gisteren die winkel binnengegaan om een kijkje te nemen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen