aangaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·gaan
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gaan met het voorvoegsel aan-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aangaan
ging aan
aangegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

aangaan

  1. (inergatief) betreffen, van belang zijn
    Dat gaat hem zeker aan.
  2. (ergatief) ingeschakeld worden
    Het licht ging ineens aan.
  3. (ergatief) in een zaak of relatie betrokken worden
    Hij is daarna een relatie met haar aangegaan.
Uitdrukkingen en gezegden

Verplichtingen aangaan.

Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen