aangaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·gaan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aangaan |
ging aan |
aangegaan |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
aangaan
- (inergatief) betreffen, van belang zijn
- Dat gaat hem zeker aan.
- (ergatief) ingeschakeld worden
- Het licht ging ineens aan.
- (ergatief) in een zaak of relatie betrokken worden
- Hij is daarna een relatie met haar aangegaan.
Uitdrukkingen en gezegden
Verplichtingen aangaan.
Vertalingen
1. betreffen
verplichtingen aangaan
|