meegaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·gaan
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gaan met het voorvoegsel mee-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meegaan
/'meɣan/
ging mee
/ɣɪŋ 'me/
meegegaan
/'meɣəɣan/
klasse 7 volledig

Werkwoord

meegaan

  1. (ergatief) op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
    Hij is met de vorige trein meegegaan.
  2. (ergatief), (figuurlijk) op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen