meegaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈmeχan/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈmeɣan/
Woordafbreking
- mee·gaan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| meegaan /'meɣan/ |
ging mee /ɣɪŋ 'me/ |
meegegaan /'meɣəɣan/ |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
meegaan
- (ergatief) op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
- Hij is met de vorige trein meegegaan.
- (ergatief), (figuurlijk) op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan