begaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·gaan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| begaan |
beging |
begaan |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
begaan
- (overgankelijk) iets doen dat onjuist of verboden is
- Hij beging daarmee een grote vergissing.
- (overgankelijk) een plaats betreden
- Je begaat daarmee wel glad ijs.
Vertalingen
1. iets doen dat onjuist of verboden is
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | begaan |
| verbogen | begane |
Bijvoeglijk naamwoord
begaan
- gepleegd.
- De begane overtreding wordt bestraft met een boete.
- waarover men gewoonlijk loopt, de verdieping die op straatniveau ligt
- We liepen op de begane grond.
- emotioneel betrokken
- Hij was begaan met het lot van de vluchtelingen.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| begaan |
begaan
- voltooid deelwoord van begaan