teruggaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·gaan
Woordherkomst en -opbouw
- Samenstelling van gaan met het voorvoegsel terug-.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| teruggaan |
ging terug |
teruggegaan |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
teruggaan
- (ergatief) naar de punt van vertrek gaan
- Morgen ga je toch terug naar Nederland?