teruggaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·gaan
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van gaan met het voorvoegsel terug-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
teruggaan
ging terug
teruggegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

teruggaan

  1. (ergatief) naar de punt van vertrek gaan
    Morgen ga je toch terug naar Nederland?
Afgeleide begrippen
Vertalingen