nagaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·gaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nagaan
ging na
nagegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

nagaan

  1. (ergatief) zeker maken dat een bewering of gevolgtrekking klopt
    Hij trachtte dat na te gaan, maar kwam voor een raadsel te staan.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen