omgaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·gaan
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van gaan met het voorvoegsel om-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omgaan
ging om
omgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

omgaan

  1. (ergatief) om iets heen gaan
    U moet hier naar rechts en dan de kerk omgaan.
  2. (ergatief) verstrijken van de tijd
    De dag zal omgaan.
  3. (ergatief) omgang hebben met
    Ik ga met die leuke meid om.
Uitdrukkingen en gezegden
  • een straatje omgaan
een korte wandeling maken