omgaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·gaan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omgaan |
ging om |
omgegaan |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
omgaan
- (ergatief) om iets heen gaan
- U moet hier naar rechts en dan de kerk omgaan.
- (ergatief) verstrijken van de tijd
- De dag zal omgaan.
- (ergatief) omgang hebben met
- Ik ga met die leuke meid om.
Uitdrukkingen en gezegden
- een straatje omgaan
een korte wandeling maken